Op het grasveld in het plantsoen zien we 's avonds wel eens egels.
Ik wilde ze al langer eens fotograferen, maar moest wachten tot de winterslaap voorbij was.
De egel is een van de grotere insecteneters. Hij heeft een gedrongen lichaam, een spitse kop en een klein staartje, dat hij verborgen houdt tussen de stekels. De kop begint breed, maar loopt spits toe naar de donkere snuit. Aan het uiteinde van de snuit bevinden zich tien paar neusharen.
De oren zijn klein en nauwelijks zichtbaar. De ogen zijn klein en zwart en staan zijwaarts in het gezicht.
Hoewel bij het lopen de buik dicht bij de grond is, zijn de poten vrij lang, ongeveer tien centimeter van de heup naar de tenen. Tijdens het lopen houdt het dier ze gebogen. Aan iedere poot bevinden zich vijf tenen, voorzien van een klauw.
En een achterpootje:
De kop, buik, poten, borst en keel zijn begroeid met een dunne vacht van lang, stug haar. De vachtkleur varieert van geel- en grijsbruin tot donkerbruin. De rug en flanken van de egel zijn bedekt met ongeveer 8000 bruingrijze stekels ook wel pennen genoemd.Een egel wisselt zijn stekels onregelmatig, ze gaan wel 18 maanden mee.
De egel is bekend om zijn stekelvacht en om zijn gewoonte om zich bij gevaar op te rollen. Als een egel iets onverwachts hoort of ziet, richt hij de stekels op zijn hoofd op, door zijn schouders in te trekken en de snuit omlaag te houden.
Mocht het echter bedreigend worden, dan trekt de egel zijn poten in en rolt hij zich op tot een bal. Het kost hem maar drie seconden om zich op te rollen. De kop, poten en staart zijn dan naar binnen gericht. Deze stekelige bal vormt een goede bescherming tegen natuurlijke vijanden. In opgerolde toestand staan de stekels in alle richtingen, dankzij kleine huidspiertjes aan de uiteinden van de stekels.
Na een poosje, ontspant de egel zich een beetje en opent zich genoeg om zijn ogen en neus wat ruimte te geven.
Als de bedreiging weg is, rolt hij zich weer uit.
Egels hebben vaak last van parasieten. De stekelvacht is lastig te verzorgen, waardoor egels vol zitten met teken, mijten en vlooien. Op deze foto zie je duidelijk 2 teken zitten.
Egels leven alleen. Soms kan een paartje een nest delen, maar dit is voor een korte tijd. Als je een groepje egels ziet, dan bestaat dat meestal uit een moeder met jongen.
De egel is een insecteneter. Hij eet o.a.regenwormen, rupsen, slakken, kevers, pissenbedden. Met zijn snuit spoort hij zijn prooien op tussen afgevallen bladeren, graspollen en losse aarde. Van de zintuigen is vooral de reukzin goed ontwikkeld. Hierdoor kan een egel insecten die zich drie centimeter onder de aarde bevinden goed ruiken, maar ook zijn gehoor is erg scherp, zo scherp dat hij zijn prooi onder de grond kan horen kruipen.
In de paartijd zoeken dieren elkaar op op een grasveld. Als twee mannetjes hetzelfde vrouwtje op het oog hebben, zullen zij met elkaar vechten door te bijten en te stoten. Om het vrouwtje bereid te krijgen tot paren, doen de dieren een soort dans. De twee dieren gaan tegenover elkaar staan, met de snuiten tegen elkaar. Terwijl zij elkaar besnuffelen, urineren beide dieren. Het mannetje doet vervolgens pogingen om achter het vrouwtje te komen, maar die draait zich steeds van hem af. Het mannetje zal tegen het vrouwtje aan stoten met zijn snuit en poten. Vervolgens richt hij zijn hoofd op en opent hij zijn lippen ver uit elkaar. Dit spel kan uren duren en behoorlijk luidruchtig zijn. Op een gegeven moment stemt het vrouwtje in met paring. Zij drukt zich tegen de grond, spreidt haar achterpoten en legt haar stekels plat
Het paren is een langdurig liefdesspel, dat omzichtig maar vooral ook heeeeel voorzichtig gebeurt.











