In oktober maak ik op de Veluwe kennis met de wereld van de slijmzwammen, zie mijn blog: Heeel klein. Het blijkt een intrigerend wereldje te zijn met heel veel verschillende soorten in allerlei stadia. Maar ook o zo klein. Nu het weer zo zacht blijft, ben ik opnieuw een paar keer op zoek gegaan naar slijmzwammetjes. Valt het aanvankelijk tegen om ze te vinden, inmiddels heb ik een paar keer een takje gevonden met klein en nog veel kleiner spul. Om ze een beetje uit te laten komen gebruik ik mijn complete set van 3 tussenringen en nog moet ik de foto's croppen.
Het gaat waarschijnlijk om plasmodiale slijmzwammen. Dat betekent dat ze een plasmodium vormen, een soort grote vlek die bestaat uit cellen die samensmelten. Je ziet soms op dode takken van die grote, vaak witte schimmelvlekken. Dat is het. Nu blijken ze ook nog intelligent gedrag te vertonen. Als onderzoekers zo'n plasmodium in een doolhof zetten, dan zoekt het de kortste weg naar de voedselbron.
Mmm, misschien gebruiken ze hun intelligentie ook wel om zich te verstoppen als ik in de buurt kom en kan ik ze daardoor zo slecht vinden.
Na verloop van tijd, als de slijmzwam "rijp" is (laat ik het zo maar omschrijven), ontstaan er aan de bovenkant sporenlichamen oftewel kleine zwammetjes. En omdat het allemaal zo pietepeuterig klein is, wordt de uitdaging groot.
Wil ik eerst zo'n slijmzwammetje scherp in beeld krijgen, wat al lastig is, dan wil ik daarna ook nog een beetje een leuke compositie of mooi licht.
En net als bij het fotograferen van gewone zwammen wordt het een spel van scherpte en onscherpte. Ook bij deze geringe scherptediepte draai ik toch af en toe mijn diafragma helemaal open om een zacht beeld te krijgen.
Ook al heten ze dan langstelige kroeskopjes, het blijven korte steeltjes.
Lastig ja, maar ook erg verslavend. Dit wordt zeker vervolgd.





















