Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label De Petten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Petten. Alle posts tonen

donderdag 19 juli 2012

Visdiefjes


In de serie over Texel mag het visdiefje niet ontbreken. Het is de meest algemene stern die we hebben. Zoals de naam al zegt eten ze voornamelijk vis, maar zoals je hierboven ziet staan ook kreeftachtigen op hun menu.

Behalve deze sternsoort kun je op Texel ook de Grote Stern aantreffen.


Hier bij De Petten met op de achtergrond Den Hoorn. Helaas zaten ze wel erg ver weg voor een mooie foto.


Terug dus naar de visdiefjes.



Visdiefjes leven en jagen solitair, maar als ze gaan broeden, verzamelen ze zich vaak in kleine of grotere groepen. Het nest kan overal gemaakt worden: op oevers, in duinen en moerasgebieden, zelfs op paaltjes. Soms zijn er koppeltjes die echte nesten maken van modder, gras en bladeren, andere stelletjes nemen genoegen met een kuiltje in het zand of grind.


Tja en zeg nou zelf, sneller en gemakkelijker als dit gaat echt niet. Even draaien en het kuiltje is klaar.
Het vrouwtje legt 3 tot 4 eieren en al meteen na het leggen van het eerste ei start ze met broeden.
Dat betekent dat niet alle eieren tegelijk uitkomen. Toch worden de meeste jongen wel groot, dankzij het eiwitrijke voedsel en de goede zorgen van de ouders.



Dit vrouwtje zit nog op een ei terwijl ze al 2 jongen moet voeden.





De kleintjes zijn erg aandoenlijk. Door de onregelmatige ondergrond is het lastig om te lopen en ze tuimelen regelmatig om. Dan ligt er zo'n kleintje een poosje zielig te spartelen op zijn rug om overeind te komen.


De goede zorgen van de ouders zijn ook terug te zien in de beschutting die ze bieden. Het regende die eerste dag dat ik er was de hele dag. Zonder nest, in een kale omgeving is dat voor die kleintjes een barre toestand. Een klein groen struikje is dan beter dan niets.





 
Als je wacht op je volgende maaltje biedt zo'n natuurlijk parapluutje een beetje beschutting.
Maar veilig onder moeders veren, daar kan natuurlijk niets tegen op.



Zoals alle jonge dieren hebben ook de jonge visdiefjes de hele dag honger en dat laten ze duidelijk merken.







De jongen krijgen voldoende eten aangeboden, maar niet altijd in hapklare brokken. Soms is de vis wel erg groot en kan het kleintje er niet mee overweg.



Als hij de vis loslaat en op de grond laat vallen, neemt een van de ouders de vis mee om hem even af te spoelen en opnieuw aan te bieden.







Deze vis bleek uiteindelijk toch een maatje te groot voor het kleintje.

Met deze serie over de visdiefjes sluit ik mijn bezoek aan Texel even af.  Door mijn reis naar Java en Bali loop ik achter met reageren op jullie blogs. Ik ben al wel aan het genieten van jullie werk, maar de reacties komen nog.

zaterdag 30 juni 2012

Waarom heet een bergeend zo?


Nederland staat bekend om haar platte, laaggelegen polderland. Toch hebben we een vogel die bergeend heet.




De bergeend heeft een rare naam. Het begint er al mee dat de bergeend geen echte eend is. Het is een  halfgans, een eendachtige watervogel die wat formaat ( 55 tot 65 cm) tussen een eend en een gans in zit.



De naam bergeend heeft niets te maken met de bergen in betekenis van hoge heuvels, maar met het bergen (grootbrengen) van veel jongen.


Een andere verklaring die ik gevonden heb is dat de eend haar eieren verbergt. Ze legt de eieren namelijk in holen zoals konijnenholen.
Op Texel zie ik bij De Petten deze bolletjes in het water dobberen:



Wat zijn dat nou?



Het blijken jonge bergeendjes te zijn, die even zonder toezicht rond zwemmen. Op het ieniemienie eilandje staat een volwassen bergeend. Als er een tweede bergeend bij komt staan, lijkt die flink te worden aangesproken op het niet goed uitvoeren van zijn toezichthoudende taak.




De bergeend springt zelf het water in en de jonkies worden met ferme vleugelslag het water uitgebonjourd. De falende bergeend buigt nederig het hoofd.
De kleine eendjes zijn ook diep onder de indruk. Kijk ze maar eens vaart maken.


Ma foetert nog een keer. De veren worden even droog gewapperd.



Maar als dan iedereen weer veilig bij elkaar is, lijkt de rust weer te keren en kunnen ze overgaan tot de orde van de dag: veren poetsen.


De jonge bergeendjes zijn leuke beestjes om te zien met hun bruin-witte donskleed.




Ach en als je nog maar net komt kijken, dan is er op het vaste land ook nog van alles te ontdekken.



Fris groen gras en leuke bloempjes.




Wie komen we hier nu tegen? Een van de grauwe ganzen uit de soepganzen serie!



Daar heb je geen gevaar van te duchten. Nog even een stukje verderop...... totdat je weer naar huis toe moet.




Dat gold ook voor mij, toen ik deze serie maakte op Texel.

donderdag 21 juni 2012

Soepganzen


Deel twee van mijn fototrip naar Texel gaat over de ganzen die ik daar gezien heb.
Nou is mijn kennis over ganzen zeer beperkt. Wat ik weet, heb ik van het lezen en bekijken van andere blogs.


Zo weet ik inmiddels dat er veel verschillende soorten zijn. Zoals de Indische gans, nijlgans, rietgans, brandgans, grauwe gans, kolgans, rotgans. Maar wie is wie?
Bij De Petten trof ik deze groep ganzen. Grauwe ganzen lijkt me zo.




Ganzen komen voor in open landschappen met weinig beschutting. Omdat ze in grote groepen leven is er altijd wel een vogel die waakzaam om zich heen kijkt en potentieel gevaar ontdekt. Deze foto vind ik leuk omdat ze allemaal heel alert zijn. Alle kopjes zijn te zien en samen zien ze alles.








Dit jong liep ergens aan de oever van een kreekje, moederziel alleen. Ganzen zijn eigenlijk toch echte groepsdieren.



Bij De Petten zaten verscholen in het gras deze steenlopers. Helaas bleven ze op grote afstand.



En bij Wagejot en Utopia liepen wat bontbekpleviertjes rond. Ook niet echt binnen hand-/lensbereik.






Op woensdag wordt het om een uur of 5 droog en klaart het op, de zon gaat zelfs schijnen.
Als ik in de auto zit en voorbij een mooie berm vol met wilde margrieten rijd, zie ik twee witte kopjes boven de bloemen uitsteken.





Het zijn mooie witte ganzen. Mmm, leven die zo vrij in de natuur? Even googlen.
Het blijkt om Soepganzen te gaan:



Verwilderde boerderijganzen (met witte, bruine en gecombineerde varianten) gaan als 'soepgans' door het leven en kunnen op de meest bizarre plaatsen aangetroffen worden, ook tussen wilde grauwe ganzen. Deze vogels zijn vaak minder schuw en vertonen een afwijkende poot- of snavelkleur of een verenkleed dat niet overeenkomt met de wilde grauwe gans.
In feite is er geen beschrijving mogelijk van de soepgans. Binnen deze groep horen ook kruisingen tussen diverse ganzensoorten onderling.



Net als zwanen zijn ganzen monogaam en paartjes blijven hun leven lang bij elkaar.