Vandaag heb ik in het zonnetje in een park eenden gefotografeerd. Het is een opvangcentrum voor papegaaien, maar het is een groot park met allerlei vogelsoorten. In de vijver zwemt van alles rond. Ik heb een jaarkaart en ga er regelmatig even kijken.
De kuifeend is een vrij kleine eend. Het diep zwarte mannetje heeft witte flanken en een witte buik.
Dit zijn foto's van een eerder bezoek.
Vandaag zag ik mandarijneenden, een van de populairste sierwatervogels. Het mooie, opvallende mannetje:
Het onopvallende, maar ook zeer mooie vrouwtje. Ze lag lekker te soezen in de zon.
Ook zwemt deze bergeend er rond. Bergeenden hebben felrode snavels, in de broedtijd krijgt het mannetje een knobbel op zijn snavel. Die is duidelijk te zien.
Er waren veel wilde eenden en daarbij viel het me op dat er veel meer mannetjes dan vrouwtjes waren.
Het mannetje (de woerd) is kleurrijk met een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart.
Het donkerbruine vrouwtje en de eendenkuikens (pullen) hebben een schutkleur. De woerd en het vrouwtje hebben 1 ding gemeen: de blauw-paarse vleugelspiegel.
Eenden zijn goede vliegers. Ze kunnen niet zweven, maar blijven slaan met de vleugels. Ze bereiken een hoge snelheid.
Het vrouwtje maakt het nest,het liefst aan de waterkant bij brandnetels, varens of lang gras. Het nes t is een ondiepe kuil, door haar bekleed met gras, plantjes en bladeren. Ze voltooit haar nest terwijl ze aan het leggen is door veertjes uit haar borst te plukken.
Het leggen neemt verscheidene dagen in beslag, want het vrouwtje legt 1 ei per dag. Ze gaat pas broeden als ze alle eieren gelegd heeft, dat zijn er een stuk of 10 tot 12. Doordat ze pas gaat broeden als alle eieren gelegd zijn, komen alle jongen binnen een periode van 24 uur uit het ei.
In dit nest lagen 4 eieren, keurig verstopt onder gras en riet.
Na het paren, terwijl ze aan het leggen is, blijft de woerd in de buurt om andere woerden uit de buurt te houden, zodat ze niet nog een keer met een ander kan paren (hijzelf paart als hij de kans krijgt wel met andere vrouwtjes). Als de eieren zijn gelegd, trekt de woerd zich terug en mag het vrouwtje het verder zelf uitzoeken. Een woerd ziet dus nooit zijn eigen jonkies.
De aanwezige woerden waren behoorlijk opdringerig, maar het vrouwtje beet flink van zich af.
Klus geklaard, roept ze triomfantelijk.
Eenden hebben een grote stuitklier met vet dat zij aanbrengen op hun verenkleed. Daardoor dringt het water niet in de veren, maar rolt er zo van af.
Twee maal per jaar zijn ze in de rui. De slagpennen worden echter slechts één maal per jaar - alle tegelijk, in de nazomer verwisseld. De vogels kunnen dan korte tijd niet vliegen en houden zich schuil in rustige, waterrijke gebieden met veel begroeiing. Hierna draagt de woerd het eclipskleed en lijkt het tot de herfst op het vrouwtje.
Deze eend in de vijver voelt zich als een vis in het water:
















