Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label fuut. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fuut. Alle posts tonen

zaterdag 1 oktober 2011

Twee maal O.V.P.

Ik ben de laatste tijd twee keer in de OostVaardersPlassen geweest. De eerste keer op 31 augustus en daarna op 20 september. Deze blog is gewijd aan die twee bezoekjes, vandaar dat ie ook wel aan de lange kant is.
Ik start 31 augustus bij de Lepelaarsplassen in de hoop de zeearend te zien.

En jawel hoor na een poos wachten verschijnt "de vliegende deur".


Met een vleugelspanwijdte van 200 tot 250 cm en een gewicht van 3,1 tot 7,5 kg. is het een imposante vogel. Verder vallen zijn grote gele snavel, de diep gevingerde vleugels en zijn witte staart op. Jonge exemplaren hebben die witte staart overigens niet, zodat deze zeearend een jonkie moet zijn.



Hij vliegt naar een oud aalscholversnest waar hij landt en de omgeving in de gaten blijft houden.
Helaas gaat hij niet op jacht en verdwijnt weer zonder verdere acties.


Tijdens het wachten verschijnt er af en toe een ijsvogeltje, maar die foto's vind ik niet goed genoeg om te plaatsen.
Er zwemt een fuutje rond en langzaam aan komt het steeds dichterbij. Als het plotseling onderduikt en weer bovenkomt spartelt er een behoorlijke vis in zijn snavel.


Ondanks de lange slierten waterplanten weet de fuut het visje te draaien en soepeltjes zijn keel in te laten glijden.



In de kijkhut ontmoet ik Pieter die me de weg wijst naar vogelkijkhut de Kluut. Daar is weinig te beleven. Een enkele lepelaar die wat voor zich uit staart in het water.


Pieter neemt me weer mee op sleeptouw naar de Poelruiter. DE kijkhut voor de ijsvogel, maar niet die middag. Hij laat zich wel horen, maar niet zien. Wel vliegt deze roofvogel even voorbij, ik denk aan een sperwer. Dat klopt niet, René laat me weten dat het om een koekoek gaat. René bedankt! 


Op 20 september organiseert fotoclub VNFE uit Eindhoven een excursie. 's Avonds om half 6 met een bolderkar door de OVP op zoek naar de edelherten. Omdat de kar vol moet, mag iedereen mee. Via een rondje mailen gaan Jos van Fotogroep Veldhoven en medeblogger Loes ook mee.
Loes en ik spreken af om van te voren samen op pad te gaan. Bij de Kluut zit niets. Dan naar de Poelruiter, wachten op de ijsvogel.

Gelukkig laat hij zich even zien, maar hij gaat in het riet zitten en dat geeft wat problemen met de compositie.


Dit is wat ik er van heb kunnen maken.




Daarna blijft hij heel lang weg. De sfeer in de hut is niet zo geweldig, er hangt een heel groot sssssst gehalte (zelfs als er niets te zien is , is het openen van een rits al te veel).
We besluiten naar buiten te gaan en lopen naar De Krakeend, waar we Jos ook treffen.
Er zijn veel watervogels te zien, er staan 2 lepelaars te slapen en er loopt een grote zilverreiger in het water.


Er vliegt van alles op en over:


Ook veel ganzen


Aan de overkant, op de andere oever lopen twee reeën. Eigenlijk te ver weg, maar ik vind ze zo mooi.


Als we de ronde verder af maken, zien we de konikspaarden. Wat zijn het prachtige dieren.




Dan is het tijd om de kar op te gaan. Eigenlijk is het nog te vroeg voor de bronst. Op de Hoge Veluwe is hij op zijn top, maar hier is nog maar een beginnend geburl gehoord. Ook hebben zich nog geen roedels gevormd.


De edelherten lopen in enorme kuddes bij elkaar en wij blijven op grote afstand.


De oeros, het oorspronkelijke rund waar al onze runderrassen van afstammen, is in de 17e eeuw  uitgestorven. De gebroeders Heck hebben geprobeerd een rund terug te fokken dat er zo veel mogelijk op lijkt: Het heckrund. In Nederland komen ze voor in de Oostvaardersplassen en op Flakkee. De heckrunderen die er rondlopen zien we wel een stuk dichterbij.

Het heckrund wordt veel gebruikt voor begrazing  van natuurgebieden. Zij kunnen het hele jaar buiten lopen en hebben weinig zorg nodig. In weilanden die toegankelijk zijn voor het publiek is het heckrund niet zo geslaagd; hij duldt geen mensen te dicht bij zich in de buurt.


Net als bij alle andere dieren zijn het de jonge kalfjes die de meeste ooh's en aah's oproepen.
Die wimpers, om jaloers op te worden!


Bij gebrek aan een zakdoek ....

 
En de laatste!


woensdag 1 juni 2011

In mei leggen alle vogels een ei ...

Vroeger leerde ik op school al het gezegde: In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet die leggen in de meimaand niet. Ik heb nooit geweten wat een griet is. Dat blijkt dus een grutto te wezen.

Ik kijk bij al jullie blogs toch wel een tikkeltje jaloers naar al die mooie foto's van water- en weidevogels. Maar die zie ik (hier) niet. Ik kreeg het nieuwe boekje van natuurmonumenten binnen, zocht een waterrijk gebied uit en trok erop uit. Zo kwam ik in de Maaij terecht. Een mooi natuurgebied met vijvers die vroeger werden gebruikt voor de kweek van karpers en waterlelies.

Helaas mocht je nergens van het pad en weerhielden dikke rietkragen het zicht op de plassen.
Net voor het pad begon, kon ik de rand van een watertje zien. Daar zwommen meerkoeten met jongen, die er snel vandoor gingen toen ze mij zagen.

Er was er eentje die wat achterbleef en daarna in z'n uppie de oversteek maakte.

Ook zwommen er 2 zwanen rond. Even dacht ik een jong tussen zijn vleugels te zien, maar het was een poot. Dat ziet er niet goed uit.

Ergens lukte het me om aan de rand van een vijver te gaan zitten. Er zwom een fuut rond, in zijn eentje. Graag wilde ik jonge fuutjes op de rug. Maar dat zat er niet in.

Hij kwam wel wat dichterbij en het lukte om er een paar betere foto's van te maken.

Hij verdween af en toe onder water maar een visvangst blijft ook op mijn verlanglijstje staan.

Het is een belangrijk gebied voor water- en moerasvogels zoals dodaars en blauwborst. Verder broeden hier ijsvogel, rietgors, kleine karekiet en waterral. Helaas heb ik die allemaal niet gezien. Ik heb wel een paar keer de roerdomp gehoord, een indrukwekkend geluid. Kon en mocht ik maar achter de rietkraag gaan zitten.
Op de fotoclub hoorde waar ik bij ons in de buurt de meeste kans maakte op weidevogels. Ik ging op pad en volgde gortdroge zandpaden. Het werkte wel, ik zag mijn eerste grutto's.


Wanneer grutto's in het voorjaar terugkomen van hun winterverblijf in Afrika, eten de mannetjes grote aantallen regenwormen. Deze wormen helpen de mannetjes om een diepe, roestrode kleur te krijgen.

Grutto's hebben een zeer lange, rechte snavel waarmee zij bij bodemdieren kunnen komen die voor andere vogels ontoegankelijk zijn.Volwassen grutto's eten emelten en regenwormen. Jonge vogels jagen in lang gras op insecten als langpootmuggen en andere insecten. In zijn overwinteringsgebied in Afrika (Guinee-Bissau) eet hij rijst op de plaatselijke rijstvelden.


Nesten worden vooral gemaakt op grasland, in een ondiep kuiltje. Als het gras lang genoeg is, buigt hij de halmen over het nest, dat daardoor moeilijk te zien is. Halflang gras biedt ook bescherming voor uitgekomen kuikens; in langer gras kunnen ze zich slecht voortbewegen.




In geschikte broedgebieden kunnen grutto's in grote aantallen voorkomen. Meestal broeden er ook andere weidevogels bij: tureluurs, watersnippen en kieviten bijvoorbeeld. Een door alle weidevogels gevreesde vijand is de wezel. Wordt er door één vogel een indringer opgemerkt, dan bundelen alle vogels de krachten en openen een felle tegenaanval, die meestal succes heeft. Bij deze grutto's nestelden ook kieviten.




Oorspronkelijk kwamen weidevogels zeer veel voor in Nederland. Door de intensievere manier van bewerken van het land, maar ook door de toename van roofdieren als vossen en marters, staan de aantallen weidevogels onder druk.90% van de grutto's in Noord-West Europa broedt in Nederland. Het aantal grutto's is sterk gedaald. Als Nederland er niet in slaagt de grutto te behouden, is de toekomst van deze vogelsoort zeer onzeker. Allerlei instanties en natuurorganisaties zetten zich in tot het behoud van deze weidevogel.Zo werden in dit weiland de gebieden van de nesten afgezet en niet gemaaid. Hopelijk blijken dit soort maatregels succesvol.

Maar om terug te komen op het gezegde, volgens de gegevens die ik lees legt de grutto tussen eind maart en juni haar eieren. Tja dus wel in mei.